HET GEMISTE GASFONDS · NATIONAAL VERMOGEN

Wat als Nederland de helft van de gasbaten had laten renderen?

De stelling in twee stappen
1 · Iedere euro gasbate

€ 0,50direct uitgegeven

€ 0,50in het aandelenfonds

2 · Alleen het fondsrendement

50%jaarlijks beschikbaar

50%opnieuw doorbelegd

Rendementsaanname: 10,11% bruto per jaar—het in dit model gebruikte langjarige gemiddelde van wereldwijd gespreide aandelen, inclusief herbelegde dividenden.

Met dat gemiddelde aandelenrendement zou de belegde helft in zestig jaar uitgroeien tot een permanent publiek vermogen.

Jaarlijks beschikbaar€ 33,7 mld
Per inwoner€ 1.858
Gezin van vier€ 7.432
DE REKENING · 2026hypothetisch scenario
Fonds aan het begin van 2026€ 666,4 mld

opgebouwd uit de belegde helft van de gasbaten

Gemiddeld rendement aandelenbeurs10,11% per jaar

wereldwijd gespreid · bruto · inclusief dividend

Bruto fondsopbrengst in 2026€ 67,4 mld
50% beschikbaar€ 33,7 mld

uitkeren óf publiek besteden

50% doorbelegd€ 33,7 mld

blijft renderen in het fonds

Koraal = uitgevenMint = beleggenGeel = rendement
€ 304,4 mldtotale gasbaten in het model
€ 152,2 mlddirect uitgegeven · 50%
€ 152,2 mldin het fonds gestort · 50%
10,11%gemiddeld wereldwijd aandelenrendement

DE UITKOMST IN 2026

Een jaarlijkse stroom van € 33,7 miljard.

Dit is de helft van het veronderstelde fondsrendement in 2026. De andere € 33,7 miljard blijft in het fonds. Daarnaast is in de historische jaren al de helft van de gasbaten direct uitgegeven.

PER INWONER€ 1.858

per jaar, bij gelijke verdeling over 18.130.208 inwoners

GEZIN VAN VIER€ 7.432

per jaar; vier keer het gelijke bedrag per inwoner

PUBLIEKE RUIMTE€ 33,7 mld

per jaar beschikbaar als het bedrag collectief wordt besteed

FONDSVERMOGEN€ 666,4 mld

aan het begin van 2026, na uitkeringen tot en met 2025

  • nominale euro’s
  • geen inflatiecorrectie
  • geen kosten of belastingen
  • ieder jaar hetzelfde gemiddelde rendement
ÉÉN BEDRAG · TWEE KEUZES

Het is burgerdividend óf publieke bestedingsruimte.

De € 33,7 miljard kan rechtstreeks gelijk over inwoners worden verdeeld, of via de begroting aan publieke doelen worden besteed. Beide tegelijk zou hetzelfde rendement dubbel tellen.

6,4%

van alle Nederlandse overheidsuitgaven in 2025

WAT BETEKENT “EXTRA UITGEVEN”?

De opbrengst gebruiken, het vermogen bewaren.

De helft van de gasbaten is in dit scenario altijd gewoon uitgegeven. Alleen de andere helft bouwt het fonds op. Dat fonds verdient in 2026 bruto ongeveer € 67,4 miljard. Daarvan wordt € 33,7 miljard beschikbaar gesteld en € 33,7 miljard aan het fonds toegevoegd.

  1. 01€ 666,4 mld

    fonds aan het begin van 2026

  2. 02+ € 67,4 mld

    bruto rendement bij 10,11%

  3. 03€ 33,7 mld

    beschikbaar voor inwoners of publieke doelen

  4. 04+ € 33,7 mld

    blijft in het fonds voor volgende jaren

Eindvermogen 2026€ 700,1 mld

€ 666,4 mld + € 67,4 mld rendement − € 33,7 mld beschikbaar

JAARVERKENNER · ALTIJD PER JAAR

Bekijk wat er in ieder jaar beschikbaar was.

2026
Per inwoner
€ 1.857,98
per jaar
Gezin van vier
€ 7.431,91
per jaar
Totaal beschikbaar
€ 33,7 mld
voor dividend óf publieke uitgaven
Fonds bij start jaar
€ 666,4 mld
berekende omvang vóór het jaarrendement
Bruto rendement€ 67,4 mld
Beschikbaar · 50%€ 33,7 mld
Doorbelegd · 50%€ 33,7 mld
ALLE 61 JAREN IN ÉÉN BEELD

Zo groeiden fonds en jaarlijkse uitkering.

FondsvermogenPer inwoner
2026Fonds € 666,4 mldPer inwoner € 1.857,98Gezin van vier € 7.431,91

Beweeg over de grafiek of tik op een jaar. Beide lijnen hebben een eigen schaal; de exacte bedragen staan in het kader.

DE VOLLEDIGE REEKS · 61 JAREN

Van nul in 1966 naar € 1.857,98 per inwoner.

Download CSV

61 van 61 jaren zichtbaar

Veeg horizontaal om alle kolommen te bekijken.

JaarInwonersTotaal beschikbaarPer inwoner / jaarGezin van 4 / jaar
196612.377.194€ 0€ 0,00€ 0,00
196712.535.307€ 0,3 mln€ 0,02€ 0,08
196812.661.095€ 1,5 mln€ 0,12€ 0,48
196912.798.346€ 3,9 mln€ 0,30€ 1,21
197012.957.621€ 8,9 mln€ 0,69€ 2,74
197113.119.430€ 16,2 mln€ 1,23€ 4,92
197213.269.563€ 27,3 mln€ 2,06€ 8,24
197313.387.623€ 42,6 mln€ 3,18€ 12,73
197413.491.020€ 64,2 mln€ 4,76€ 19,04
197513.599.092€ 99,6 mln€ 7,32€ 29,29
197613.733.578€ 164,3 mln€ 11,96€ 47,84
197713.814.495€ 257,5 mln€ 18,64€ 74,56
197813.897.874€ 370,3 mln€ 26,65€ 106,59
197913.985.526€ 488,9 mln€ 34,96€ 139,83
198014.091.014€ 626,1 mln€ 44,43€ 177,73
198114.208.586€ 816,2 mln€ 57,44€ 229,78
198214.285.829€ 1,1 mld€ 75,36€ 301,45
198314.339.551€ 1,4 mld€ 94,39€ 377,54
198414.394.589€ 1,6 mld€ 114,00€ 456,00
198514.453.833€ 2,0 mld€ 136,65€ 546,62
198614.529.430€ 2,4 mld€ 162,16€ 648,64
198714.615.125€ 2,7 mld€ 182,00€ 728,00
198814.714.948€ 2,9 mld€ 196,93€ 787,71
198914.805.240€ 3,1 mld€ 210,50€ 842,01
199014.892.574€ 3,3 mld€ 224,87€ 899,48
199115.010.445€ 3,6 mld€ 240,39€ 961,58
199215.129.150€ 3,9 mld€ 258,73€ 1.034,93
199315.239.182€ 4,2 mld€ 276,58€ 1.106,34
199415.341.553€ 4,5 mld€ 294,85€ 1.179,41
199515.424.122€ 4,8 mld€ 313,43€ 1.253,70
199615.493.889€ 5,2 mld€ 333,94€ 1.335,75
199715.567.107€ 5,5 mld€ 356,25€ 1.424,99
199815.654.192€ 5,9 mld€ 379,13€ 1.516,53
199915.760.225€ 6,3 mld€ 401,15€ 1.604,60
200015.863.950€ 6,7 mld€ 422,83€ 1.691,32
200115.987.075€ 7,2 mld€ 447,88€ 1.791,53
200216.105.285€ 7,7 mld€ 477,03€ 1.908,14
200316.192.572€ 8,2 mld€ 506,69€ 2.026,77
200416.258.032€ 8,8 mld€ 539,46€ 2.157,83
200516.305.526€ 9,4 mld€ 575,43€ 2.301,74
200616.334.210€ 10,0 mld€ 615,19€ 2.460,75
200716.357.992€ 10,8 mld€ 661,74€ 2.646,96
200816.405.399€ 11,6 mld€ 708,22€ 2.832,89
200916.485.787€ 12,6 mld€ 763,50€ 3.054,00
201016.574.989€ 13,5 mld€ 813,63€ 3.254,54
201116.655.799€ 14,4 mld€ 866,81€ 3.467,23
201216.730.348€ 15,5 mld€ 924,61€ 3.698,43
201316.779.575€ 16,6 mld€ 990,47€ 3.961,87
201416.829.289€ 17,8 mld€ 1.060,55€ 4.242,19
201516.900.726€ 19,0 mld€ 1.124,98€ 4.499,93
201616.979.120€ 20,1 mld€ 1.184,23€ 4.736,91
201717.081.507€ 21,2 mld€ 1.240,62€ 4.962,50
201817.181.084€ 22,3 mld€ 1.300,57€ 5.202,30
201917.282.163€ 23,5 mld€ 1.362,24€ 5.448,97
202017.407.585€ 24,8 mld€ 1.422,33€ 5.689,31
202117.475.415€ 26,0 mld€ 1.489,35€ 5.957,39
202217.590.672€ 27,4 mld€ 1.558,14€ 6.232,55
202317.811.291€ 28,9 mld€ 1.623,78€ 6.495,11
202417.942.942€ 30,5 mld€ 1.698,70€ 6.794,81
202518.044.027€ 32,1 mld€ 1.776,85€ 7.107,40
202618.130.208€ 33,7 mld€ 1.857,98€ 7.431,91

Nominale bedragen van dat jaar, niet gecorrigeerd voor inflatie. De bevolking is de CBS-stand per 1 januari. Door afronding kunnen kleine verschillen ontstaan.

DE REKENREGEL

Eerst de aanname. Dan de formule. Pas daarna de uitkomst.

De doorrekening is bewust eenvoudig en volledig navolgbaar. Zij laat het effect van decennialang samengesteld rendement zien, niet hoe een echt fonds ieder afzonderlijk beursjaar had doorlopen.

START FONDSopgebouwd uit de belegde helft
GEMIDDELD WERELDWIJD AANDELENRENDEMENT10,11%
JAAROPBRENGST50% uit · 50% terug
  1. 01

    Eerst de gasbaten halveren

    Van € 304,4 miljard aan nominale aardgasbaten wordt € 152,2 miljard in de jaren van ontvangst uitgegeven en € 152,2 miljard aan het fonds toegevoegd.

  2. 02

    Vast gemiddeld rendement

    Elk jaar krijgt het startvermogen hetzelfde veronderstelde bruto rendement van 10,11%: het gebruikte langjarige gemiddelde voor wereldwijd gespreide aandelen. Echte beursjaren schommelen sterk.

  3. 03

    Ook het rendement halveren

    Van de jaarlijkse fondsopbrengst wordt 50% uitgekeerd of publiek besteed. De andere 50% blijft in het fonds. Dat is 5,055% van het startvermogen per jaar voor iedere helft.

  4. 04

    Gelijk over inwoners

    Het beschikbare totaal wordt gedeeld door het inwonertal op 1 januari van hetzelfde jaar. Een gezin van vier ontvangt vier gelijke inwonersbedragen.

WAT DIT MODEL NIET MEENEEMT

Een scherpe uitkomst vraagt om zichtbare grenzen.

  • geen inflatiecorrectie of koopkrachtvergelijking;
  • geen wisselkoers-, belasting- of transactiekosten;
  • geen werkelijk patroon van goede en slechte beursjaren;
  • geen politieke onttrekkingen, rampenreserve of beheerlasten;
  • geen macro-economisch effect van ander Nederlands beleid.

GEVOELIGHEID · 2026

Rendement maakt over zestig jaar een enorm verschil.

De 10,11% is het in dit model gebruikte gemiddelde jaarlijkse bruto rendement van wereldwijd gespreide aandelen, inclusief herbelegde dividenden. Daarom is het geen voetnoot maar de belangrijkste aanname. De scenario’s tonen wat een lager of hoger gemiddeld beursrendement doet met de uitkomst.

Voorzichtig8,0%
Fonds
€ 475,2 mld
Beschikbaar
€ 19,0 mld
Per inwoner
€ 1.048
Gezin van vier
€ 4.194
Hoofdscenario10,1%
Fonds
€ 666,4 mld
Beschikbaar
€ 33,7 mld
Per inwoner
€ 1.858
Gezin van vier
€ 7.432
Hoog12,0%
Fonds
€ 912,2 mld
Beschikbaar
€ 54,7 mld
Per inwoner
€ 3.019
Gezin van vier
€ 12.075

WAT ER ONDERTUSSEN AL BESCHIKBAAR WAS

€ 514 miljard uit fondsrendement, én de helft van de gasbaten uitgegeven.

€ 514 mld
cumulatief beschikbaar gesteld van 1966 t/m 2025
€ 152,2 mld
van de gasbaten direct uitgegeven
€ 152,2 mld
van de gasbaten in het aandelenfonds gestort
€ 666,4 mld
fondsvermogen dat begin 2026 resteert

Het fondsvermogen en de jaarlijkse uitkeringen komen uitsluitend uit de belegde helft. De andere helft van de gasbaten bleef in elk ontvangstjaar beschikbaar voor de Nederlandse begroting.

TWEEDE DOSSIER · GRONINGEN

Het aardbevingsdossier staat nu apart.

De gevolgen voor bewoners, de theoretische waarde van het gas dat nog in de ondergrond zit en de verwachte duur van de bevingen vragen om een eigen analyse met eigen aannames en bronnen.

Open Aardbevingsdossier Groningen

PRIMAIRE BRONNEN EN REFERENTIES

Controleer de gegevens achter het gasfondsmodel.

De brondata komen van CBS, Algemene Rekenkamer, Rijksoverheid en MSCI. De combinatie en de rekenkeuze zijn van Staatskompas.

Herhaalbaarheid

Hoofdscenario: 50% van iedere gasbate wordt direct uitgegeven en 50% aan het fonds toegevoegd; 10,11% bruto fondsrendement; daarvan 50% beschikbaar en 50% doorbelegd; nominale bedragen; inwonertal op 1 januari.

DE VRAAG ACHTER HET GETAL

Niet: wat hadden we kunnen kopen? Maar: wat hadden we kunnen bewaren?

De Nederlandse gasbaten zijn niet letterlijk ‘verdwenen’: ze financierden collectieve voorzieningen en lagere lasten. In deze stelling blijft de helft dat ook doen. Alleen de andere helft wordt omgezet van tijdelijke bodemrijkdom in permanent publiek vermogen.

Terug naar boven